zaterdag 18 februari 2017

Niemandsland

Tijdens een weekje Zeeland fietste ik richting het strand. Klaar om vol op de pedalen te gaan voor die Zeeuwse zanderige heuvels, observeerde ik nog snel even de omgeving. Ik keek op en ik zag het. Twee plaatsnaamborden, meters van elkaar verwijderd.

Ik fietste bij de duinopgang de ene plaats uit, zonder direct de andere binnen te rijden. Tenminste, als ik de borden mocht geloven. Waar was ik dan eigenlijk over heen gereden? Tot wie of wat behoorde dat stukje land? En als het van niemand was, wat zou je er dan allemaal kunnen?

Het leek me nogal de moeite daarover na te denken. Het lag natuurlijk ontzettend voor de hand dat dit in de geschiedenis van ons bestaan nog nooit bij iemand anders was opgekomen. Misschien staken gemeenten hun bordjes zomaar ergens in de grond en lagen er nog ontelbaar veel soortgelijke niemandslandjes te wachten op een zinvolle invulling. Of misschien gebeurde er in die niemandslandjes al van alles en wist niemand daar vanaf.

Het zou natuurlijk kunnen dat deze stukken grond allang geen niemandsland meer waren, maar stiekem jaren geleden zijn ingenomen door de Belgen als kleine enclaves. Zo hebben ze toch nog het idee erbij te horen. Overigens mogen we wel blij zijn dat we geen grenscontroles meer hebben. Het zou toch bijzonder onhandig zijn als ik net vaart had gemaakt op die pedalen en door een paspoortmeneer van mijn fiets was getrokken.

Of misschien zijn de stukken niemandsland door de generaties voor ons heel bewust gecreëerd als een soort dorpse underground. Als dorpeling was het waarschijnlijk de enige plek waar je veilig met iemand uit het rivaliserende dorp af kon spreken.

Maar stel nu dat die stukken niemandsland nog van niemand zijn. Dat is eeuwig zonde en daar moeten we zeker wat mee.

Ik ben groot voorstander van het oprichten van een nieuw land, door een vlag te planten op alle afzonderlijke stukjes niemandsland. Dat land noemen we dan uiteraard heel toepasselijk: Niemandsland. En om de schatkist van ons nieuwe land een beetje te vullen, zorgen we dat die stukjes grond ook nog wat opleveren. We leggen tolwegen aan en heffen een euro per afgelegde meter. Ja, ook voor voetgangers.

Zo’n nieuw land biedt nog meer kansen. Ik stel me zo voor dat we daar een nieuwe start maken met dingen waar we nu niet altijd even goed in slagen. Een democratie die wel werkt bijvoorbeeld. Of een voetbalelftal dat de bal wel langs de teen van Iker kan krijgen.

Stel nou dat er tussen de grens van Mexico en de VS ook dit soort neutrale zones bestaan. Dan kunnen we die met ons gloednieuwe land vast ook kapen en zorgen dat er naast die grensmuur geen Mexicanen, maar Niemandslanders wonen. En die muur, daar laten we uiteraard niemand voor betalen.

zaterdag 12 november 2016

Wat is dat toch met sinkholes?

Een paar jaar verdween een man in Florida plotseling en werd nooit meer teruggevonden. Hij werd meegesleurd in een sinkhole. Je weet wel, zo’n angstaanjagend groot gat dat zomaar ineens ontstaat en alles met zich mee de grond in zuigt.

In Nederland komen deze instortende grotten in principe niet voor. Toch riep een hoogleraar Geowetenschappen dat op sommige plekken ook onze grond ineens kan verzakken. Dat zou te maken hebben met zout dat graag omhoog wil. En als dat hoog aan de oppervlakte zit, lost dan op door grondwater. Zo kan dan ook bij ons zomaar ineens een gat ontstaan.

Met dit in het achterhoofd was ik bang voor een sinkhole-primeur in eigen land. Concreter nog: voor een primeur in eigen tuin en onder mijn eigen huis.  

Hoe dat zit? Mijn vriend en ik delen een voortuin met onze buren. En zoals het vaak gaat met dingen die je deelt met anderen: daar is uiteindelijk niemand meer van. Begrijp me niet verkeerd, het ligt er prima bij. Maar het viel me al op dat de tegels de laatste maanden steeds wat schever kwamen te liggen. Mijn aandacht ging naar één tegel in het bijzonder. Die lag niet alleen scheef, maar leek ook steeds wat verder weg te zakken. Zoals het met tegels gaat, besteedde ik er verder niet al te veel aandacht aan.

Tot we op een zomeravond een burenbarbecue hadden en mijn bovenbuurman zijn voeten op de bewuste tegel zette. Hij zakte met tegel en al toch zeker tien centimeter naar beneden. De aanwezige mannen inspecteerden de rampplek en kwamen al snel tot de conclusie dat regenwater het zand maandenlang had weggespoeld en het gat simpelweg even opgevuld moest worden met wat nieuw zand. 

En zo geschiedde.

Ik was er niet gerust op. Die mannen hadden vast de theorie van onze Geowetenschapper gemist. Als het aan het zout ligt, los je het probleem heus niet op met een beetje nieuw zand. Dat zout kruipt straks weer opnieuw omhoog en zorgt dan voor hetzelfde probleem. Als het daar al bij blijft. Wie zegt dat het zout niet al iets soortgelijks heeft veroorzaakt onder ons huis? 

Bij iedere trilling van een iets te zwaar beladen vrachtwagen denk ik dat het zover is. En ik doe iedere ochtend bij het naar buiten gaan even een kleine tegel-inspectie en houd de rest van de dag mijn hart vast.  

Overigens huiver ik voor een gapend gat onder mijn eigen bed, maar denk ik stiekem dat we met elkaar af en toe best gebaat zouden zijn bij een instortende grot onder onze voeten. En ik vraag me af of we überhaupt weer naar boven zouden komen. 

Misschien volgen we wel het pad van de man in Florida, die opgeslokt werd en nooit meer terug werd gevonden. Ik kan me ook indenken dat we daar zouden blijven en een nieuwe samenleving bouwen die wel fantastisch is. Zou het zout hier hoog in de grond zitten?

woensdag 31 augustus 2016

Waarom we Hans van Zetten nodig hebben

We zijn inmiddels weer een beetje geland. Af van die wolk die de sportzomer heet. Terug op aarde na die zinderende Olympische Spelen, die het verdriet van een gemist EK aanzienlijk verzachtten.

Natuurlijk denk ik vooral terug aan onze sportieve prestaties. De shoot-out van Ellen die wel raak ging, de absurde wegwedstrijd met de gouden Anna, de idioot mooie balk oefening van Sanne - het is puur toeval dat ik hier alleen vrouwen noem. Naast die sportieve prestaties echter, denk ik ook aan iets anders. Aan hoe die balk oefening nog zoveel mooier werd doordat ik ineens begreep wat ze daar op die balk nu eigenlijk deed. En waarom ze voor die driedubbele huppeldepup zoveel tiende punt meer kreeg.

Ik denk aan de stem die heel Nederland het gevoel gaf er zelf bij te zijn, daar in die turnhal in Rio.

Natuurlijk weten we het inmiddels allemaal wel. Hans van Zetten is de turnstem van Nederland (dat hij zichzelf ook zo omschrijft, hebben we even niet gehoord). Maar zeg nou zelf: dit hoeft toch echt niet alleen bij het turnen te blijven? De wereld zou zoveel mooier worden als we die stem ook op andere momenten in gaan zetten.

Ter overtuiging een greep uit de mogelijkheden:

- We zetten hem in als voetbalcommentator. Meestal heb ik op dit volk wel wat aan te merken. Als we Hans het voetbal laten becommentariëren wordt elke wedstrijd nog mooier. Bovendien denk ik dat hij er persoonlijk voor zou zorgen dat vrouwen voetbal gaan begrijpen. Ik pleit voor Hans van Zetten bij alle voetbalwedstrijden - behalve als Jack van Gelder verslag doet.

- We laten hem treinvertragingen doorgeven. Stel je voor dat je op maandagochtend met een stik chagrijnige kop op het perron op je trein staat te wachten, die niet komt. En stel je dan eens voor dat Hans van Zetten je vertelt dat het nog een kwartiertje duurt en daarbij ook uitlegt waarom het heel logisch is dat het nog een kwartiertje duurt. Vanaf dat moment zul je altijd begrip op kunnen brengen voor een veel te laat binnenrijdende intercity.

- We laten Hans van alle wielerrondes verslag doen. Kunnen Maarten en Herbert eindelijk samen in een Frans kasteeltje van hun pensioen gaan genieten.

- Volgens mijn lieve huisgenoot zou Hans z'n stem het ook goed doen op het bandje als je in de wacht hangt. Daar kan ik me volledig in vinden. Ik zou er als ik een bedrijf was voor kiezen Hans korte verhaaltjes in te laten spreken en die af te draaien. Niemand zal het meer erg vinden om 10 minuten te wachten. Misschien gaan mensen zelfs wel bellen voor de verhalen van Hans en willen ze helemaal niet geholpen worden.

- Hans z'n stem zou een zeer kindvriendelijke Sinterklaas stem zijn. Plots zou geen enkel kind meer bang zijn voor deze beste man. Ik weet nog niet zeker of 'ie ook fysiek een geschikte Sint zou zijn.

- We maken van Hans de Nederlandse sir David Attenborough en laten hem alle edities van Planet Earth inspreken. Niets ten nadele van David hoor. Maar denk eens aan een shot van een net geboren pinguin die opkrabbelt, gepaard met een 'En hij staat!'.

Goed. Dit lijken me allemaal zeer plausibele redenen om dit nieuwe plan in te voeren. Ik kan nu al niet wachten.

maandag 22 augustus 2016

Waarom Maurits Hendriks een pannenkoek is

Heel Nederland valt erover als een topsporter even niet blij is met zilver. Maar waar we echt over zouden moeten vallen, is het gedrag van die zelfingenomen flapdrol van een Maurits Hendriks.

Laat me het even toelichten. Althans, mijn mening dan.

Als een topsporter jaren lang, dag in dag uit, ergens voor getraind heeft, mag 'ie best teleurgesteld zijn met zilver. Of met brons. Of met een vierde plek. Of met alles minder dan goud. Zeker als die sporter wist dat het haalbaar was, dat goud erin zat. Maar zelfs als die sporter statistisch gezien misschien niet de favoriet was. Zelfs dan mag die sporter balen, janken voor de camera en voor heel Nederland en z'n schoenen op de grond smijten.

Weet je namelijk wat dat is? Dat is winnaarsmentaliteit. Dat is 100% voor het hoogst haalbare gaan en geen rekening houden met plan B - zilver, of brons, of geen podium. Want als je rekening houdt met plan B, gaat dat stemmetje in je hoofd ook een rol spelen. En dat wil je niet. Je wilt winnen, dus baal je vreselijk als je dat niet hebt gedaan. En natuurlijk komt het besef later en ben je dan heus ergens wel trots. Maar niet op dat moment. En dat hoeft ook niet.

Dat is misschien anders voor die sporter die een bronzen plak nooit voor mogelijk had gehouden. Omdat die sporter nog nooit tussen de groten der aarde op een podium had gestaan. Er zelfs nog nooit in de buurt was gekomen. Een sporter voor wie goud - of zilver, of brons, of een 7e plaats - een droom was waarvan nooit gehoopt durfde te worden dat 'ie uit zou komen. Dan is elke prijs mooier dan verwacht. Dat doet niets af aan de winnaarsmentaliteit overigens, dat is realisme. En in dat realisme gaan voor het hoogst haalbare. En dan is de onverwachte overwinning soms misschien nog wel iets mooier ook.

Wat wel aan dit alles wat af doet, is als buitenstaander bepalen wanneer zo'n sporter teleurgesteld moet zijn. Of blij. Om met het halve land goud te eisen. En om vervolgens met hetzelfde halve land te zeggen dat iemand die kans had op goud, niet zo ondankbaar moet zijn. Zo'n land draait echter soms nog wel eens bij. En zo'n land heeft uiteindelijk ook niets in te brengen.

Waar het echt fout gaat is als mensen die wel iets in te brengen hebben, dat ontzettend fout doen. Die sporters die (net) niet wonnen, nog meer het gevoel geven dat ze gefaald hebben.

Want als je geen podium pakt, dan ook geen sluitingsceremonie. Dan ook niet meegenieten van het moois van jouw mede-atleten. Want jouw teleurstelling wil je natuurlijk botvieren op die sporters die nog wel kans op het eremetaal hebben. Dus dat moeten we voorkomen. En dan ook nog maar zeggen dat de gouden plakken dan wel goed waren, maar de rest toch wel teleurstellend.

Meedoen is belangrijker dan winnen, vind ik zelf onzin. Maar wie ben ik om die gedachte voor een olympische sporter in te vullen. En wie ben ik om te bepalen of iemand teleurgesteld of blij moet zijn. Of iemand gepresteerd heeft of gefaald. En datzelfde geldt voor jou, Maurits Hendriks. Pannenkoek.

maandag 4 juli 2016

Waarom tekstsuggesties van Apple reuze gevaarlijk zijn

Er zijn dingen die vrij regelmatig gebeuren en waar je altijd enige irritatie bij voelt. Zoals bijvoorbeeld een eetrijpe avocado die op dag één al dradig is, of dat je juist nog drie weken op het eet-moment moet wachten. Of die groep weinig intelligente duiven, die je zowat elke ochtend haast omver fietst omdat ze niet zij- maar voorwaarts van je wegvliegen.

Toch zijn die dingen uiteindelijk niet zo erg. Weet je waarom? Omdat ze geen gevaar zijn voor ons denken en weinig effect hebben op politieke keuzes. Dat klinkt nogal dramatisch - en dat is het ook. Voor wat nu komt kun je beter even gaan zitten. Ik ben er namelijk achter gekomen dat een specifiek irritatie dingetje wel degelijk reden geeft tot zorg. En misschien zelfs wel meer. Daarvan wordt het me met de dag duidelijker dat we hier te maken hebben met een concreet maatschappelijk gevaar. Ik heb het over de tekstsuggesties van Apple.

Om je even mee te nemen: is het je wel eens opgevallen dat de suggesties die Apple doet als je een doodnormaal berichtje wilt sturen, zo nu en dan nogal vreemd zijn? Mij dus ook. Ik begon de meest idiote voorstellen daarom op te schrijven.

Zo kwam de club van Steve Jobs ooit terwijl ik een ogenschijnlijk normaal bericht aan het typen was met het voorstel of ik van dat ene woord niet liever hagedisachtige wilde maken. Ik vroeg me af wat daar de precieze gedachte bij was en of ze daar aan de andere kant van de oceaan verwachtten me daarmee uit de brand te helpen. Misschien hadden ze uitgerekend hoe groot de kans was dat iemand in Rotterdam op een doordeweekse dinsdagavond op zoek zou zijn naar een dergelijk woord. Nu was ik sowieso niet op zoek naar wat voor een woord dan ook, maar al helemaal niet naar een categorie diersoort. En waarom wilde Apple dat ik aan hagedisachtigen dacht?

Hetzelfde geldt voor suggesties als zwendelfirma of prima-ballerina. Serieus Apple, waarom zou ik iets met deze woorden willen? Of weten jullie meer? Had ik bijvoorbeeld beter moeten onthouden waar dat ene gesprek over ging waar jullie een voorstel deden een term te gebruiken die met bedrog te maken heeft? Of moet ik alsnog mijn danscarrière nieuw leven in blazen? Willen jullie me dat duidelijk maken?

De genoemde suggesties zijn vreemd, maar wellicht nog niet schokkend. Ze hebben in elk geval niet direct effect op onze politieke keuzes (hoewel je zomaar kunt gaan vinden dat er te weinig rechten zijn voor hagedisachtigen, zwendel nu echt aangepakt moet worden en dansers meer subsidie moeten krijgen). Waar het echt serieus werd, was toen mijn iPhone me voorstelde Aboutaleb in een a-politieke zin te gebruiken. Ik vind deze beste man een meer dan prima burgemeester van onze stad, daar niet van. Toch had ik niet bepaald de intentie een campagne voor 'm te starten. En ik vraag me ook sterk af of Apple van te voren had gemeten wat het beoogde effect zou zijn voor het lukraak noemen van onze burgervader in appjes voor een eventuele herverkiezing.

Na Aboutaleb dacht ik alles gehad te hebben. Wat toen gebeurde had niemand voor mogelijk gehouden. Mijn telefoon spelde me een woord waar ik tot dusver nog nooit van had gehoord: neomalthusianisme. En of ik daar mogelijk naar op zoek was. Neomalthusianisme (ik kan het nu nog steeds niet uitspreken) is blijkbaar een ideologie die streeft naar geboortebeperking om sociale en economische wantoestanden aan te pakken. Ik bedoel: sorry? Nadat ik de betekenis had opgezocht wist ik het zeker. Apple is langzaam aan bezig ons denken te manipuleren. Ze beginnen laagdrempelig met dieren, maar eindigen met gestoorde theorieën over hoe we de chaos in de wereld moeten oplossen. Terwijl ik bedenk hoe we ons hier tegen kunnen verzetten, wordt me ineens ook iets anders duidelijk. Trump is eigenlijk een hele lieve en aaibare vent, die helaas iets te gevoelig was voor z'n iPhone.

woensdag 15 juni 2016

Waarom we toch Europees kampioen worden

Ik had het vooraf al helemaal uitgekiend. Dat we niet waren geplaatst gaf niks. Met een beetje creativiteit kom je namelijk ook best ver. Plots zag ik tal van mogelijkheden waarop we gewoon nog naar het EK konden.

We konden bijvoorbeeld vermomd gaan als ander elftal. En hopen dat die vermomming zo goed zou zijn, dat ze de echte Spanjaarden voor nep aan zouden zien.

We konden ook van Friesland een eigen land maken en een extra kwalificatiereeks afdwingen. Of directe plaatsing, als cadeautje voor een net nieuw ontstaan land. Bovendien zouden die Friezen ons eeuwig dankbaar zijn - ze wisten nog niet dat we het na het EK gewoon weer terug zouden draaien.

Ook een optie: dat België altijd in onze schaduw opereerde was tot daar aan toe. Maar nu was het tijd onze zuiderburen bij Nederland te voegen. We zouden België overnemen. Of als het dan moet, mocht België ons overnemen.

We konden ook nog Europa verkleinen. Minder landen is meer kans. En waarom hebben we eigenlijk zoveel Scandinavische landen?

Of we zouden een paar landen samenvoegen. Ik bedoel: Ierland, Wales, Noord Ierland? Dat hoeft toch niet allemaal afzonderlijk mee te doen?

We konden Sebastien Chabal en Pirlo inschakelen. Samen ja. Niet om het een of ander, maar dit soort buitenaards getalenteerde wezens zouden er toch wel voor kunnen zorgen dat we alsnog mee konden doen? Zo niet, dan zou Chabal eigenhandig alle andere ploegen (of nouja, dat is ook niet handig als je nog van iemand wilt winnen) naar huis kunnen beuken. En zou Pirlo daar heel sierlijk en Italiaans (of in dit geval Nederlands) zo'n draai aan geven dat niemand het meer erg zou vinden.

Maar terwijl deze opties toch vrij lastig haalbaar bleken - vooral op zulke korte termijn - heeft het toernooi ineens een nieuw kans geboden. Rusland! Omdat die Russische fans zulke losgeslagen randdebielen zijn en niet eens supporters genoemd zouden mogen worden, is dit land ons enige overgebleven perspectief. Hoewel ik nu nog niet geloof dat Rusland er echt uit zou worden geknikkerd - en ik dat overigens ook heel zielig voor de spelers zou vinden - resteert ons nog één goed relletje. En wat moet je als organisatie met een plotseling leeggekomen plek op een EK in volle gang? Juist. Blind en z'n mannen hun tickets geven.

Dat moet dan overigens wel heel snel gebeuren. En wel voor de laatste poule wedstrijd van Rusland tegen Wales. Als ze die verliezen, liggen ze er namelijk uit. Laat onze oranjemannen daar maar voor invliegen. En dan ook gewoon het hele toernooi winnen natuurlijk.






maandag 13 juni 2016

Waarom voetbalcommentaar vaak flut is

Als ik een keer op de stoel van Jan Mulder mocht zitten bij De Wereld Draait Door en daar een rijtje ergernissen moest noemen, zou ik het wel weten. Mijn wielerliefhebbende broertje ergert zich altijd groen en geel aan het Nederlandse commentaar van Herbert en Maarten. Sinds een paar jaar luistert 'ie dan ook naar de Belgen. Ik heb dat bij voetbal.

Nou is het echt niet altijd zo tenenkrommend als bij bovenstaand duo, maar onze voetbalcommentatoren kunnen er toch zeker ook wat van. Nadat mijn hersenen de afgelopen EK dagen weer wat nieuwe ergernis-cellen activeerden, besloot ik er een aantal te delen. Dat mag Jan immers ook.

Waarom ik voetbalcommentaar vaak flut vind? Zomaar wat voorbeelden: 
- Hebben we eindelijk bij een aantal wedstrijden doellijntechnologie, beweert de commentator dat de technologie het fout heeft. Ik doel hier op Arno Vermeulen die tijdens het WK twee jaar geleden vol bleef houden dat Frankrijk toch echt geen goal had gemaakt. Ik vroeg me op dat moment af of hij de wedstrijd misschien saai vond en ondertussen een potje aan het schaken was. En dat hij daardoor zo in de war was. Het was in elk geval gênant.
- Hoe vaak gebeurt het niet dat een commentator denkt dat hij een andere speler ziet rennen en hem een verkeerde naam geeft? Als de beste man daar nou snel achter zou komen en het bij deze eenmalige vergissing zou laten, dan zou niemand daar van wakker liggen. Veels te vaak is het echter niet eenmalig en moet zo'n speler bijna een wedstrijd lang rondrennen met een verkeerd naamplaatje. Uitermate irritant.
- Zeggen dat het buitenspel is, terwijl de hele wereld al lang heeft kunnen zien dat het niet zo is. Of precies het tegenovergestelde. Bereik je niks mee hoor.
- Zoveel nutteloze feitjes over spelers/coaches/verzorgers/materiaalmannen opnoemen dat je haast zou denken dat de commentator in zijn vrije tijd een potje tennist met de beschreven persoon.
- Teveel geforceerd leuke dingen roepen tijdens de wedstrijd. Ingestudeerd is nooit leuk, nooit.
- Het meest irritant: met nog ongeveer 10 minuten te gaan al praten alsof de wedstrijd afgelopen is. Dat doen onze commentatoren vaak bij wedstrijden van Oranje - als we voor staan. Hoe moeilijk is het om even te wachten met juichen tot na het fluitsignaal? Bij voetbal scoren ze namelijk nooit in de laatste minuut.

Nu zou ik er voor kunnen kiezen het geluid uit te zetten. Dan zijn de irritaties weg. Maar dat is natuurlijk geen optie. Ben je gek. Dat commentaar - mét irritaties - geeft wel het echte wedstrijdgevoel. En voor zenuwpezen zoals ik is het ook wel fijn als je af en toe wat afleiding hebt van de spanning.